Heb ik “goed” gespeeld? (6/03)

We horen allemaal wel eens die opmerking: “Ik speel haast nooit mijn handicap, die is ook veel te laag” Is dat gevoel terecht? Op alles kunnen we statistiek loslaten, zeker op iets dat zo uitbundig wordt geregistreerd als golfresultaten. Hoe vaak zou u, statistisch gezien, uw handicap moeten spelen? En verschilt dat voor de hoge en lage handicappers?

In het door de NGF uitgegeven “Handicap Boekje” zijn wat gegevens opgenomen over de golfresultaten voor verschillende handicapcategorieën. Het zijn getallen gebaseerd op Britse gegevens. Niet exact vergelijkbaar met de Nederlandse situatie (de Britten baseren de handicap op strokeplay­wedstrijden, wij spelen meer Stableford), maar de algemene trend is hetzelfde voor beide landen. Die gegevens zien er als volgt uit:

Spelresultaat

Pl. Hcp.

Hcp. of beter

Buffer

Slechter

0-5

34%

12%

54%

5-12

20%

18%

62%

12-20

14%

22%

64%

21-28

10%

24%

66%

29-36

8%

25%

67%


Een speler met een handicap van 25 speelt dus twee van de drie keer onder de buffer. Dat varieert iets met de hoogte van de handicap, maar niet veel.

Interessanter voor dit betoog, gezien de inleiding, is de frequentie waarmee de handicap of beter wordt gespeeld. Een speler met een Playing Handicap van 34, speelt dus slechts een op de twaalf wedstrijden zijn handicap of beter. De speler met een Playing Handicap van 9, doet dat een op de vijf wedstrijden! Of het moeilijker of makkelijker is voor de lage handicapper om 36 punten te halen kunnen we hier niet uit concluderen. Maar zonneklaar blijkt dat de speler met een lage handicap dit wel veel vaker doet dan de speler met een hoge handicap.

Wilt u voor uw eigen Playing Handicap uitrekenen hoe vaak u uw handicap of beter zou moeten spelen dan kunt u dit aflezen uit de grafiek:

Met een Playing Handicap van 27 zou u dus een op de elf keer uw handicap of beter moeten spelen.
We kunnen het ook als een formule schrijven:

Kans op Hcp. of beter = (Pl.Hcp./3) + 2

Niet dat u dit alles nu continu moet onthouden, maar het geeft een beetje gevoel voor wat u van u zelf mag verwachten. En als u denkt “Ik speel haast nooit mijn handicap”: nou, dat klopt dus. Een op de tien keer is voor je gevoel inderdaad “haast nooit”. Uw handicap moet dus niet omhoog, maar uw verwachtingen wat omlaag!

Teun van Waart

Naar Homepage HRC